Een uitgave in samenwerking met gezelschappen, podia en festivals rondom het thema klassieke muziek in Zeeland
concertagenda juni-december 2018

Klassieke muziek in Zeeland

juni 25, 2018

author:

Klassieke muziek in Zeeland

Een interview met Ben de Reu

Tijdschrift Zeeuws Klassiek richt zich op Zeeland. Daarom vonden we het als redactie een goed idee om eens langs te gaan op het Provinciehuis in Middelburg en aan cultuurgedeputeerde Ben de Reu te vragen wat hij ‘heeft’ met klassieke muziek.

Wat betekende klassieke ­muziek in uw jeugd?

“Ik kwam voor het eerst in aanraking met klassieke muziek op de middelbare school. Dat was op het lyceum in Oostburg. Heel saai, we kregen een boekje met bekende componisten en die moesten we uit ons hoofd leren. En dan die sessies in de aula, daar moest ik dan verplicht bij zitten terwijl twee of drie professionele zangers een stukje kwamen zingen. Een aria. Ik was op dat moment puber en dat was voor mij een effectieve manier om aversie op te bouwen tegen klassieke muziek. En die aversie heb ik lang gehouden.

De popopera Tommy van The Who was voor mij een eerste ommekeer. Zij werkten met violen en toen ik dat hoorde viel bij mij het kwartje. Dat vond ik mooi. In ongeveer dezelfde tijd werkte Paul McCartney ook vaker met strijkorkesten. Dat zette mij aan het denken; dat je zo dus ook muziek kunt spelen. En zo ben ik dus schoorvoetend opgeschoven. Zelf ben ik regelmatig te vinden achter het drumstel en speel ik met mijn bandje nog steeds de hits van The Beatles en andere Rock and Roll muziek. Deze passie gaat er denk ik nooit meer bij mij uit.”

Is er klassieke muziek die u ­emotioneert?

“Ja, tegenwoordig kan ik met enige ontroering naar de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach luisteren. Dit jaar was ik voor de vijfde keer bij een uitvoering in de Sint-Baafskerk in Aardenburg. Ik vind het top als ik daar in die ‘tempel’ zit, kijk en luister naar deze pure muziek. Dit jaar was het afscheid van Jos van Veldhoven en de toegift was een a capella stuk van de Oostenrijkse componist Haydn, dat was ook waanzinnig mooi.

De entourage is bij een concert heel belangrijk. Als je in Aardenburg ziet wat daar gebeurt. Met 1200 bezoekers bij elkaar. Dat vind ik ongelooflijk mooi. Ik ben sceptisch bij sommige vormen van klassieke muziek. Daar houd ik echt niet van, maar van sommige blues muziekstijlen houd ik ook echt niet hoor.”

Speelt klassieke muziek thuis een belangrijke rol?

“Je omgeving is zeker belangrijk in de ontwikkeling van je muzikale voorkeur. Bij mij hielp het ook wel dat mijn vrouw, die Zwitserse is, uit een heel muzikale familie komt. Zij spelen allemaal een instrument: cello, viool, viola da gamba, enzovoorts. Een nicht van haar was getrouwd met de in 2012 overleden dirigent en musicoloog Gustav Leonhardt.

Wij gingen nog wel eens bij hen op bezoek in ­Amsterdam. In huis stonden wel vier klavecimbels. Ik vind dat persoonlijk het ­ergste ­instrument dat er bestaat. Een piano vind ik prachtig, maar een klavecimbel dat is toch gewoon een piano met punaises erin. Toen ik dat zei, was dat wel vloeken in de kerk.”

En dan onze provincie. Zeeland en klassieke muziek?

“Ja, we hebben wel degelijk mooie klassieke uit­voeringen. Maar wat in Zeeland mogelijk is, wordt nog niet voldoende over het voetlicht gebracht. Veel mensen in Zeeland denken dat je voor kwaliteit naar de Randstad moet, maar dat is echt niet nodig. Het gebeurt gewoon hier. Ik had het net over de Matthäus Passion in de kerk van Aardenburg.

In Nederland heeft iedereen het altijd over de Matthäus Passion in Naarden, Leiden en Haarlem. Maar we doen het in Zeeland net zo goed. De grote jongens komen hier echt. Een optreden van Philip Glass in Middelburg enkele jaren geleden was legendarisch. De Zeeuwse Concertzaal organiseerde dat, het was in één keer uitverkocht. Ik zeg dan: ‘Mooi gedaan’. En het is iets wat we de wereld moeten laten weten.

We worstelen in Zeeland natuurlijk nog wel met een lappendeken van kleine muziekclubjes. Dat is op zich niet erg, want initiatief en passie moeten er zijn. Maar het is kwetsbaar en we moeten af van de individuele profileringsdrang daarin. Op management­niveau professionaliseert het niet. De schaal is klein en er hangt te veel af van een paar enthousiaste mensen en veel vrijwilligers. We kunnen onze backoffice beter organiseren als het gaat om bijvoorbeeld marketing en publiciteit, afstemming van programmering en relaties met het bedrijfsleven.”

Onlangs bent u ambassadeur geworden van het project Meer muziek in de klas. Het project waaraan ook Koningin Maxima zich verbonden heeft.

“Ja, aan mijn eigen levenshistorie kun je zien dat we niet allemaal opgroeien met klassieke muziek. Maar je kunt het gaandeweg wel leren waarderen. Neem de filmmuziek van Enrico Morricone of de bekende Grolsch bierreclame met de Vier jaargetijden van Vivaldi. Deze muziek blijft hangen. Veel mensen leggen niet onmiddellijk de relatie, maar klassieke muziek zit vaak ingebakken in het gewone leven. En dat moeten we ook uitdragen in het onderwijs. Dus ook daar ligt een uitdaging.”

Zeeland is een vakantieland. We hebben één miljoen ­toeristen die Zeeland bezoeken. Daar moeten toch ook liefhebbers van klassieke ­muziek bij zitten?

“Klopt helemaal. We doen te weinig aan cultuurtoerisme. Maar het is wel iets wat we moeten oppakken. We gaan beginnen met beeldende kunst, daar moet meer aandacht voor komen. En als Provincie willen we daarin investeren en dan natuurlijk ook in muziek. Maar ook in arrangementen, we moeten onder andere meer combinaties maken die bestaan uit verblijf, culinair en cultuur in Zeeland.

Als wij in staat zijn om aan het klassieke cultuuraanbod in Zeeland landelijke bekendheid te geven, dan trekt dat mensen. Dat vraagt om samenwerking. Niet alleen om aandacht te krijgen in de landelijke media, maar nog belangrijker op internet en sociale media. Het is nog onvoldoende bekend bij de toerist en we kunnen dat bekender maken en gaan koppelen aan een leuk verblijf.

Als Provincie werken we daaraan mee. De VVV is de toeristische uitvoeringorganisatie die dit gaat doen, gewoon door de toerist heel concreet te laten zien wat het aanbod is. Houd je van klassieke muziek, dan krijg je bijvoorbeeld als je de provinciegrens passeert op je telefoon een berichtje wat er allemaal te doen is in Zeeland. Dit soort initiatieven moeten we gaan implementeren en uitrollen. We moeten de basisinfrastructuur op orde gaan maken en beter gaan organiseren. Laat maar zien wat er allemaal gebeurt in Zeeland op het gebied van muziek en cultuur, dat is gewoon heel veel.

En, ik ben ervan overtuigd dat dit tijdschrift hier een positieve bijdrage aan kan leveren. Organisaties kunnen dan even over hun eigen schaduw heen springen en het Zeeuwse perspectief kiezen.”