De Paradijsvogel: Johan Jacobs

Zeeuws Klassiek januari-juni 2019 november 28, 2018

author:

De Paradijsvogel: Johan Jacobs

Prachtig om te zien. Wat extravagant misschien. Een beetje non-conformist en met wat eigenzinnige denkbeelden… En juist daarom van onschatbare waarde voor de klassieke muziek. Dit keer…

 

Heel jong zag hij een strijk­orkest op straat. De klank trof hem meteen. Later zou hij de liefde voor strijk­instrumenten combineren met techniek. Voor Johan Jacobs, de enige viool- en cellobouwer in Zeeland, staat de mens die de viool zal gaan bespelen centraal.

“Waarom klinkt een viool van Stradivari zo goed?” Johan Jacobs, begint het gesprek in zijn atelier aan de Breeweg in Middelburg, met een vraag die hij zelf stelt. Het antwoord is eenvoudiger dan gedacht. “Omdat er hele goede spelers op spelen. Door de handel kijken mensen vaak naar het instrument. Maar de speler doet het.“

Zou je verschil horen tussen een strijkorkest op Stradivari violen en ­hedendaagse violen?

“Ik vermoed dat het op de moderne violen frisser ­klinkt. Helderder. Oude instrumenten boven een bepaalde leeftijd zijn eigenlijk versleten. De houten delen die veel aangeraakt worden, ­worden dunner. Hout veroudert, ook de kracht vermindert. Door het gebruik en door droogte kunnen er scheurtjes in het hout komen. Die worden soms eindeloos gerepareerd. Zulke instrumenten zijn prima voor een museum. Er zijn wel goede oude instrumenten. Ik heb eens een cello van Amati gezien, uit 1680 alsof hij gisteren gemaakt was. Altijd goed voor gezorgd, goed op gespeeld.”

De speler kan aan de vier knoppen draaien, maar er is zo veel meer wat bijgesteld en onderhouden moet worden. Laatst was hij op een viooldag op het conservatorium in Utrecht. “Daar was een meisje van een jaar of twaalf dat enorm goed kon spelen. Ze vertelde dat ze wat problemen met haar viool had. Alsof ze op een fiets met lekke banden speelde. Je komt vooruit, maar je moet knoerthard trappen. Waarom ziet niemand dat nou? denk ik dan.”

Een instrument kan niet los gezien worden van de speler. “Mensen die fysieke problemen hebben, zouden een aangepaste viool moeten laten maken. Daarom bouw ik instrumenten met aangepaste staartlengte. Ik heb een keer een contrabas opnieuw afgesteld. Drie weken later had de bassist geen RSI meer.”

Wanneer besloot je dat je vioolbouwer wilde worden?

“In Noorwegen had ik volksmuziekfestivals ­bezocht. Op de terugweg kwam ik langs een ­atelier van een vioolbouwer, en toen dacht ik: “hé… Ik heb toen eerst mijn opleiding afgemaakt, MTS werktuigbouw en daarna heb ik vijf jaar gewerkt. Iedere keer kwam dat beeld terug. Toen ben ik eens gaan vragen of er mogelijkheden waren.” Van 1982 tot 1985 studeerde Jacobs aan de Welsh School of Instrumentmaking and Repair  in Wales.

De violen die Johan maakt, zijn bijna nog hetzelfde als die uit de 17e eeuw. Wel zijn de halshoek en de -lengte enigszins veranderd. Daardoor kan je meer op een modern instrument doen. “Brahms is op een oude viool moeilijk. Maar een viool is niet technischer geworden, dat is het leuke. Een klarinet bijvoorbeeld, wel. Die heeft nu veel meer klepjes.” Johan laat zien hoe de achterkant van een kast uitgebeiteld is uit een stuk hout. De zijkanten (esdoorn) worden gebogen. Als je hout boven de 110 graden verhit, dan is het als plastic, dat week is. Je kan niet zomaar hout gebruiken van een ­bepaalde boomsoort. “Voor het bovenblad is vurenhout nodig dat groeide tussen 800 en 1200 meter hoogte op een zuidhelling en gekapt in de winter met afnemende maan. Dat is geen bijgeloof, maar reguliere kennis. In de middeleeuwen stond er een gevangenisstraf op als je een boom op een verkeerd tijdstip had gekapt. Want dan had je kostbaar bouwmateriaal verknalt.

Het vochtgehalte in een boom wordt, net zoals eb en vloed, ook bepaald door de maanstand. In Oostenrijk en Zwitserland kan je nog steeds maanhout hopen. Het hout werkt niet, krimpt niet, is snel droog.” Als een viool klaar is, voelt Johan hoe de viool speelt. “Ik voel het soms beter dan een violist, want die speelt zo goed, die speelt door de ongemakken heen.” Na een half tot één jaar is de viool beter af te stellen dan in het begin. “Omdat de krachten hun werk hebben gedaan. In totaal zit er zo’n 30 kilo trekkracht op een viool. Zo’n viool wil na de bouw eigenlijk korter worden.”

Naast de volledig handgemaakte violen maakt Jacobs violen van halffabrikaten. “In Duitsland, Roemenië of China laat ik dingen voorbewerken volgens mijn specificaties. Ik krijg dan onder­delen grof binnen en dan verfijn ik ze. Daar heb ik nu de meeste opdrachten in.” In een handgemaakte viool zit zo’n 250 uur, in een voor­bewerkte viool zo’n 40 uur.

Vind je het jammer dat de meeste violen nu niet meer van begin tot eind door jou zijn gemaakt?

“Nee, dat maakt mij niet uit. Ik maak nog steeds af en toe geheel handgemaakte. Maar het gaat er uiteindelijk om wat mensen willen. Waar kan je iemand blij mee maken? Ik maak de viool voor de speler. Je moet nooit als bouwer je ego boven het doel zetten.”

image_printPRINTVERSIE